EPC-waarden en energielabel per referentiewoningIn opdracht van Agentschap NL heeft DWA bij een twaalftal nieuwbouwprojecten in de woningbouw en vijf projecten in de utiliteitsbouw de werkbaarheid van de opnameprotocollen Energielabel Woningen Nieuwbouw (EWN) en Energielabel Utiliteitsgebouwen Nieuwbouw (EUN) getoetst. Het doel van het onderzoek is de werkbaarheid van de opnameprotocollen te beschrijven en verbeterpunten zichtbaar te maken. Het onderzoek geeft ook aanbevelingen voor een efficiënte toepassing en eventuele aanpassing van de opnameprotocollen aan de hand van de bevindingen. Na dit onderzoek is een handleiding voor bouwende partijen beschikbaar met tips om de toepassing van het opnameprotocol soepel te laten verlopen.

Resultaat EPC-waarden woningen
Bij alle projecten heeft de EPN-opnemer afwijkingen gevonden ten opzichte van de oorspronkelijke EPC-berekening. Veel voorkomende afwijkingen zijn de oppervlakte van de ramen, de Rc-waarden en U-waarden. Dertien woningen (72%) hebben, na opname en herberekening, op basis van de NEN 7120 een hogere EPC-waarde dan de EPC-waarde van de vergunning (NEN 5128). Vijf EPC-waarden (28%) zijn verbeterd na de opname. Wanneer de vastgestelde EPC-waarde wordt vergeleken met de geldende EPC-eis uit het Bouwbesluit, dan voldoen vier van de achttien (22%) van de woningen niet aan het Bouwbesluit.

Ventilatietoets, luchtdichtheidsmeting en IR-fotografie woningen
Bij negen van de twaalf woningbouwprojecten zijn aanvullende metingen uitgevoerd. De ventilatietoets en de luchtdichtheidsmeting (qv10-meting) zijn optionele toetsen in het opnameprotocol EWN. Er wordt echter wel aanbevolen om conform de NEN 7120 een qv10-meting verplicht te stellen, bijvoorbeeld bij de minst gunstige referentiewoning. Infraroodfotografie maakt geen onderdeel uit van het protocol. Bij de meeste ventilatiesystemen (78%) worden uitvoeringsfouten waargenomen. Zeven van de achttien woningen (39%) hebben ruimten waar de minimale luchtafvoer volgens het Bouwbesluit niet wordt gehaald. Twee van de drie gemeten wtw-systemen zijn in onbalans. Deze afwijkingen bij ventilatiesystemen zijn belangrijk om te voorkomen,aangezien ventilatie invloed heeft op het binnenmilieu en daarmee op de gezondheid van mensen. De luchtdichtheidsmetingen geven aan dat acht van de achttien woningen (47%) in de praktijk een minder gunstige luchtdichtheid hebben dan is opgegeven in de EPC-berekening.

Positief effect op naleven Bouwbesluit
De toetsing van eindresultaten aan het opnameprotocol stimuleert bouwende partijen om de afspraken na te komen. Aanbevolen wordt om ook een effectieve vorm van handhaving in te voeren als het opnameprotocol wordt ingevoerd. Gemeenten hebben hier een belang bij, omdat met de invoering van het Opnameprotocol hun wettelijke taak om toezicht te houden op de EPN wordt vereenvoudigd. Marktpartijen hebben een belang bij een goed sanctiebeleid, met financiële prikkels. Aan de bouwende partijen wordt aanbevolen om op korte termijn met een marge in de EPC-waarde te ontwerpen in plaats van scherp aan een grens van het Bouwbesluit. Hiermee wordt voorkomen dat door een enkele afwijking het gebouw niet meer aan het Bouwbesluit voldoet. Ook kan de bouwende partij mogelijk rekening houden met extra opties (zoals zonnepanelen of een betere ketel) om tot een hogere EPC-waarde te komen, als blijkt dat de grens wordt overschreden.

Het eindrapport van DWA is inmiddels beschikbaar. Via onderstaande links kunt u deze alvast downloaden.